De Leven

Tekstschrijver Waalwijk

Met een moeilijk mals hertenbiefstukje voel ik me vrij als een vogel. Nee vrijer nog dan een vogel. Met mijn eigen identiteit en twee andere persoonlijkheden mak aan de Maas met niks meer en niks minder dan de basis waarnaar we zijn teruggekeerd. Een wegwerpbarbecue, wat vlees om te braden en brood om te breken, een tent, luchtbedden, voorbijvarende schepen, twee goede vrienden voor De Leven, een blauwe hemel als dak en de ondergaande zon als raam op een kier dat zuurstof biedt aan de longen van ultiem geluksbesef. De tent staat, de barbecue brandt, de bekers zijn gevuld en de hoogtepunten stapelen zich op. Een anekdote die met passie en bewegingsvrijheid wordt verteld is een hoogtepunt. Eigenwijs brandhout sprokkelen is op eigen wijze een hoogtepunt. Het aansteken van het brandhout ook. Maar ook het bouwen van een plateau van stenen zodat het gras of erger, de hele camping affikt, is ook een van die hoogtepunten. Wellicht omdat de boer, 88 jaar en al zo’n 60 jaar eigenaar van de camping, ons maande onze rommel op te ruimen op een manier die zeldzaam is: ‘Jongens, leuk jullie te leren kennen, heb een fijn verblijf, doe gewoon lekker waar ge zin in hebt en geniet ervan, als ge morgen maar geen rommel achterlaat. En effe houdoe komen zeggen voordat ge weer gaat war joh.’ Het hout fikt inmiddels goed. Met gevulde bekers wijn in onze handen en gepaste blikken vol trots op onze gezichten genieten we gelijk als eerste oermensen van ons zelfgemaakte vuur. Nadat de grootste vlam wat geminderd is spelen we een spel. Koehandel spelen in een weiland met koeien op 30 meter afstand is waarschijnlijk Koehandel spelen zoals Koehandel spelen bedoeld is. De avond loopt op zijn einde, de flessen rood ook en hoofden voelen rozig. We laten onze urine vloeien over de Koehandelkaarten die reeds vermengd waren met rode wijn en waardeloos werden geacht. En roken nog een sigaret in de tent, waarschijnlijk alleen omdat rozige hoofden zich altijd ietwat recalcitrant gedragen ten opzichte van nuchtere koppen. Als ik een fles wijn omstoot in de schoot van de tent en nog drie keer bijna op mijn bek ga hoor ik de tent roepen: ‘kom maar wisselen Pietertje’ en laat ik me dankbaar aflossen en plof voldaan en zonder gedachtegang en dus onbezorgd naar de dag van morgen op mijn met lucht gevulde bed van zaligheid.

Trusten.